Het Appelland wordt aangelegd naar het gedachtegoed van verschillende pomologen.



De Knoop- boomgaard

Arie Schaap is een bekende pomoloog, maar was niet de eerste. Johan Herman Knoop is vermoedelijk de eerste pomoloog. Hij schreef een standaardwerk over appels in 1758 waarin prachtige beschrijvingen staan van inmiddels lang vergeten appel- en peersoorten. Appelland wil een aantal van deze bijzondere boomsoorten gaan planten. Dat is nog niet zo makkelijk! Veel rassen zijn afgeleid van de oude exemplaren, maar in originele vorm niet meer te vinden. Deze 0,5 hectare boomgaard wordt omgedoopt tot de ‘Knoop-boomgaard’ ter nagedachtenis van de oer-pomoloog. In deze boomgaard komen dus alleen fruitbomen te staan die voor 1750 al beschreven zijn. De boomgaard wordt natuurlijk omzoomd met een sierlijke haag en het gras zal beweid worden met schapen.



De Berghuis- boomgaard

Tabak uit Nederland? Jazeker! Tot 1860 werd er op meerdere plekken in Nederland tabak geteeld, zoals in de Betuwe. Door toenemende concurrentie uit het buitenland verdwijnt de tabaksteelt na 1860 geleidelijk uit het rivierengebied. De boeren moesten een andere bron van inkomen vinden en de fruitteelt nam een vlucht. Rond de Betuwse dorpen ontstonden ‘gordels’ van hoogstamfruit. De Betuwe staat in bloei!

Appelrassen zijn door de tijd heen steeds veranderd. In de periode 1750 tot circa 1920 werden veel nieuwe rassen ontwikkeld die vaak commercieel interessant waren, zoals de Cox Orange Pippin. Deze Cox werd op zijn beurt weer gebruikt om nieuwe appels mee te ontwikkelen. We hebben er de bekende Elstar aan te danken! Dat is namelijk een kruising van de Golden Delicious en de Ingrid Marie, die weer een (vermoedelijk spontane) kruising is van de Cox.

Op deze 0,5 ha is de Berghuis- boomgaard’ aangeplant, vernoemd naar de schrijver van de Nederlandsche Boomgaard. Deze boomgaard krijgt de signatuur van deze tijd.



Sprenger- boomgaard

De laatste 0,4 ha wordt aangeplant ter ere van professor Sprenger. Hij schreef het eerste leerboek voor de fruitteelt en was een van de initiatiefnemers van boomgaarden met een lagere kroon: de struikenboomgaarden. Deze boomgaarden zie je vooral terug in de jaren ‘50 van de vorige eeuw. In die tijd vonden er veel ongelukken plaats in de boomgaarden, plukkers vielen regelmatig uit de hoge fruitbomen. Sprenger pleitte voor het verlagen van de boomkronen. Dat leverde hem de bijnaam ‘de rode professor’ op

In deze boomgaard staan naast de Koninklijk huis serie (appelrassen die door Sprenger zijn ontwikkeld) ook nog verschillende reinettes zoals o.a. Reinette van Ernaut, Reinette van Blenheim en Reinette van Grathem.